Op bezoek bij Günter Wallraff

Nico, ga nu hier niet over je Rote Armee Fraktion-avonturen schrijven of over hoe omstreden je was.

Nico Haasbroek becommentarieert wekelijks ontwikkelingen in de media.

Deze alweer 25ste aflevering van mijn mediarubriekje wil ik zo proberen te schrijven dat er niemand op reageert. Dat het over Duitsland gaat, helpt al, helemaal als het niet over WO II gaat. Ik ga bekende namen proberen te vermijden, dat scheelt ook een stuk. Bovendien gaat het gedeeltelijk over mijzelf en vroeger. Dat interesseert veel anonieme ‘reageerders’ evenmin. Gelukkig weet men niet meer wie ik ben, dat vraag ik mijzelf trouwens ook steeds vaker af. Wie ben ik eigenlijk en wie zit er nog op mij te wachten? Sowieso mijn hond, denk ik. Een laatste probleem is dat men je vaak arrogant of zelfingenomen vindt als je schrijft over wat je in een ver verleden allemaal hebt uitgespookt, ook al was dat tijdens al dat uitspoken nooit mijn bedoeling.

Duitsland dus. Ik ben vijf dagen in Keulen. Het is geen mini-vakantie. Een beetje journalist is nooit op vakantie. Als er nu voor mijn neus een heuse terroristische aanslag zou plaats vinden, dan zou ik die niet negeren omdat ik er eens even helemaal uit wil zijn. (Dat is een goed voorbeeld, aangezien Duitsland veel met terreur te maken heeft gehad.) Nee, de journalist in mij blijft levenslang nieuwsgierig en het nieuws volgen. Hij blijft zolang hem dat gegeven is, lezen, schrijven en om zich heen kijken. Dat verveelt nooit. Het komt neer op het combineren van het nuttige en het aangename. Zo zit ik nu heerlijk in het zonnetje bij mijn favoriete Salon Schmitz in de Aachenerstrasse te ontbijten: yoghurt met vruchten, een croissantje met rode jam en een lekkere latte. En ik lees het boulevardblad Bild. Het leven als een feest ervarend.

In NRC (10/8/21) las ik een stukje over de autobiografie van Stefan Aust: Zeitreise. Juurd Eijsvogel typeert hem als een avonturier in de journalistiek. Dat voel ik mij ook en opa kan beginnende journalisten van harte aanraden om ook op avontuur te gaan. Om te voorkomen dat u gaat reageren bespaar ik u nu voor één keer mijn sterke verhalen over mijn vergelijkbare avonturen. Maar of dat helemaal gaat lukken?

Aust was lange tijd hoofdredacteur van het weekblad Der Spiegel en hij schreef veel over de terreurgroep Rote Armee Fraktion. Om met Der Spiegel te beginnen, ik ben jaloers op de kwaliteit van dat blad. Dat het zo goed is heeft voor een deel te maken met de wet van het getal. Omdat er miljoenen mensen in het Duitse taalgebied wonen kan Der Spiegel veel meer lezers en advertentie-inkomsten genereren dan bijvoorbeeld het weekblad De Groene Amsterdammer in Nederland. En met een hoger budget kun je meer redacteuren in dienst nemen en meer pagina’s vullen. Het Impressum levert het bewijs. Daar staan een paar honderd namen van medewerkers, negentien correspondentenposten, van Nairobi tot Hongkong en de uitgave van deze week telt 130 pagina’s. Lust u nog peultjes?

Het titelverhaal van Der Spiegel van deze week (21/8/2021) heet ’De terugkeer van de angst, gaat over de Taliban en Afghanistan en beslaat maar liefst 27 pagina’s. In het hoofdartikel wordt gesteld dat de Westelijke wereld al zijn vertrouwen heeft verspeeld. Dan een achtergrondverhaal over de opmars van de Taliban; feiten en cijfers over de Taliban, militaire inzet, dodelijke slachtoffers en geregistreerde vluchtelingen; een analyse van het totaal mislukte beleid van de bondsregering; een essay van Christiaan Neef, die meer dan dertig jaar door Afghanistan trok, en uitlegt waarom zo vele naties over dat land gestruikeld zijn: “Het Westen is hiernaar toegekomen om zichzelf te helpen. Het geeft geen geld om te helpen, maar uit angst voor het terrorisme”; een bijdrage van drie vrouwen over hun vrees voor de Taliban; een artikel over hoe Afghanistan de verkiezingen in Duitsland zal gaan beïnvloeden en een pittig interview met de sociaaldemocratische minister van Buitenlandse Zaken, Heiko Maas. 78 procent van de bevolking is van mening dat het Duitse beleid in Afghanistan is mislukt. Het is journalistiek van een hoog niveau. Ook vermeldenswaard is een artikel waarin Der Spiegel zich afvraagt in hoeverre de politie de moord op Peter R. De Vries had kunnen voorkomen?

Ik ga op bezoek bij mijn even oude vriend Günter Wallraff. Daar kan ik rustig over schrijven, want die is ook iedereen, overigens ten onrechte, vergeten. Hij woont vlak bij de oude Eau de cologne fabriek in Ehrenfeld. Günter was een van de allereerste journalisten die om dingen te onthullen undercover ging. Als Turkse gastarbeider in het Rurhgebied of als Hans Esser bij de Bild Zeitung. Met Team Wallraff is hij nog altijd actief. We drinken water in zijn achtertuin. Hoewel het geheugen ons soms parten speelt, kunnen wij ons maar al te goed herinneren hoe we ooit, voorafgaand aan een debat in Amsterdam, tegen elkaar sjoelbakten. (Ik vermeld hier bewust een lullige anekdote om reacties te voorkomen.)

Als ik hem vertel dat ik net over Der Spiegel heb geschreven, dan zegt hij dat ook dit blad kampt met inkomstenverlies vanwege de weglopende adverteerders. We zetten het gesprek voort in een sushi-tent in de o zo levendige Venloer Strasse. Günter denkt niet dat de ‘Afghanistan-politiek’ van de Duitse regering veel invloed zal hebben op de verkiezingen van 26 september. Daarvoor treft volgens hem alle grote partijen ongeveer evenveel blaam.

Terug naar Aust en de Rote Armee Fraktion. In zijn recensie over Zeitreise schrijft Eijsvoogel uitvoerig hoe Aust met RAF-kopstuk Ulrike Meinhof in contact kwam en daarna over de RAF schreef, maar irritant aan het boek vindt Eijsvoogel ‘dat Aust zijn neiging tot borstklopperij over zijn journalistieke successen niet kan onderdrukken’. Op zo’n moment heb ik de neiging om even te checken in hoeverre hier misschien sprake is van jalousie de métier. Ik bespaar u het resultaat van mijn snelle Google-check waar onder meer verwezen wordt naar vijf favoriete stukken van de Duitse correspondent Juurd E. waar hij trots op is. Maar er klinkt ook onmiddellijk een alarmbel. Nico, ga nu hier niet over je RAF-avonturen schrijven of over hoe omstreden je was toen je daarover berichtte. Je wilde toch voor de grap voor één keer proberen te voorkomen dat er op je column gereageerd wordt? Nou dan.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*