70 jaar TV en 100 jaar (Volks)krant

Twee media-jubilea, de TV 70 jaar en de Volkskrant 100 jaar.

Nico Haasbroek becommentarieert wekelijks ontwikkelingen in de media.

Gefeliciflapstaart. Als verjaarscadeautje zou ik de Volkskrant wat meer servicemedewerkers willen geven om de telefonisch wachttijd wat te bekorten en voor de TV ga ik op zoek naar slimme, creatieve leidinggevende journalisten in plaats van een juriste van de Zuidas als nieuwe bazin van de NPO, of een afgedankte politicus.

Ik lees de Volkskrant al minstens veertig jaar met plezier. Naast het Algemeen Dagblad, die ik heb om van het Rotterdamse nieuws op de hoogte te blijven en omdat het AD een goed sportkatern heeft. Als Feijenoordsupporter kan ik niet zonder het AD. Dan valt ook de NRC dagelijks bij ons in de bus. Die kan ik zo langzamerhand wel missen, maar dat abonnement betaalt mijn vrouw sinds vorig jaar.

Als traditionele abonnee word je door alle kranten slecht behandeld. Je betaalt meer dan zo’n 350 euro per krant per jaar en daar staat zo goed als niks tegenover. Alles bij elkaar opgeteld heb ik dus tijdens mijn leven voor minstens 60.000 guldens/euro’s in de dagbladsector geïnvesteerd. Welke ‘return’ staat daar tegenover?

Het is al normaal dat de krant bij slecht weer niet meer bezorgd wordt. Dat was vroeger toen ik zelf de krant rondbracht wel anders. Je ging door weer en wind.

De krant mikt tegenwoordig vooral op de jonge digitale lezer en daarom telt de traditionele lezer steeds minder mee. Als ze vergeten de echte krant te bezorgen, dan wordt die meestal niet meer nabezorgd, maar krijg je een digitale melding dat dat verzuim in mindering op het abonnementsgeld zal worden gebracht, terwijl je natuurlijk veel liever alsnog je dagblad ontvangt. Kranten hebben zich ook onbereikbaar gemaakt voor lezers die willen bellen. Kan dat wel, dan beland je in zo’n belsysteem met extreem lange wachttijden en je wordt te woord gestaan door personen die niks met de krant te maken hebben. Op de TV verschijnen reclames waarin wordt kenbaar gemaakt dat je je krant waar je meer dan 350 euro per jaar voor dokt tien weken voor 5 euro kan ontvangen. Maar je hebt geen zin om daarvoor je abonnement op te zeggen. Dat levert weer omslachtig digitaal gedoe op. Op die manier maakt de krant lachend misbruik van zijn trouwe lezers. Waarom worden zij niet wat serieuzer genomen?

Ik houd onvoorwaardelijk van de papieren krant. Van de lucht, de letters en het grote formaat. Toch zit er weinig anders op dan lijdzaam te wachten op zijn uiteindelijke verdwijning.

De Volkskrant viert zijn of haar jubileum mooi en origineel, via de oude en nieuwe media. Met de prachtige foto van de 100-jarige op vrijdag, gevolgd door de rijk geïllustreerde en lezenswaardige ‘100 jaar 100 portretten’ op zaterdag. Ja, zo kan je ook liefdevol met senioren omgaan. Een van de journalistieke hoogtepunten van de laatste tijd vind ik de serie over zinvol leven van Fokke Obbema. Zijn boeken daarover zijn een prettige herinnering daaraan. Maar ik geniet ook van de column van Max Pam, de intelligente stukjes van Peter de Waard, Willem Vissers over sport, de podcast ‘De kamer van Klok’ en de interviews van Sara Berkeljon. Om een paar favorieten te noemen.

Ook de manier waarop de Volkskrant met mij als journalist omgaat bevalt me. Als ik via Google even in het archief duik, dan kom ik zowel stukken van mijzelf tegen als vaak niet malse kritiek op mij. Prima. Mijn belangrijkste bijdrage, een beschouwing over een radicaal nieuw mediabeleid, gepubliceerd op 14 december 2002, mis ik echter. Ik herlees mijn vurige pleidooi uit 2006 voor linkse samenwerking tussen PvdA, Groen Links en SP. Weerklank bleef toen uit. Pas afgelopen zomer durfden de PvdA en Groen Links een voorzichtige vorm van samenwerking aan te gaan. Te laat, helaas.

Wat betreft het overdadig geprogrammeerde TV-jubileum vraag ik me af waarom ik daar niet echt warm voor loop. Ik heb naar heel wat programma’s, waarin wordt teruggeblikt, gekeken, maar daar raakte ik nauwelijks van onder de indruk. Het draaide heel veel om middelmatige presentatoren met obligate meningen en een overdaad aan korte fragmenten. Misschien was dat het. De opgeklopte middelmaat van de publieke omroep. Verder denk ik dat het heden en de toekomst mij meer boeien dan het verleden. Wel verlangde ik plotseling erg naar een lang interview met de grootste tv-vernieuwer uit het verleden, Wim Schippers. Of een goed programma van vroeger rustig in zijn geheel terugzien in plaats van in korte snippers.

Hoewel ik meer omroepman dan krantenman ben vind ik dat de Volkskrant interessanter met zijn verleden is omgesprongen dan de publieke omroep. Voor mijn gevoel komt het neer op een verschil in kwaliteit. Het verschil tussen een Han Peekel en Sheila Sitalsing. Ik verdiep me in de zoektocht van Toine Heijmans naar de ziel van de Volkskrant. ‘Zolang wij willen weten’, schrijft hij, ‘hoe het zit, waar het gebeurt, zolang we erbij willen zijn omdat we geloven dat het belangrijk is, blijft de ziel van onze krant bestaan. De ziel van de Volkskrant, dat zijn wij.’ Sheila concludeert: ‘Ze (de Volkskrant is een dame) is wankelmoedig en heeft soms de neiging lichtzinnig achter de laatste mode aan te huppelen en onder het gehuppel haar roeping te vergeten, maar wanneer het er echt op aan komt, staat ze pal voor de achtergestelden, de onderdrukten en iedereen die onrecht is aangedaan.’ Kon een terugblikkende top van de NPO het maar zo onder woorden brengen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*